Wanneer ingeschakeld, gebruikt de zelfconsumptiestrategie de geselecteerde submeter als referentiepunt in plaats van de hoofdmeter van het net. Dit is nuttig wanneer de zelfconsumptie gemeten moet worden op een specifieke submeter in de installatie in plaats van op het netaansluitingpunt. Opmerking: de geselecteerde meter moet een energiemeter zijn die deel uitmaakt van de installatie.
Standaard is deze functie uitgeschakeld.
Soms zijn er contractuele afspraken dat een deel van een installatie niet mag worden meegenomen in de zelfconsumptie-optimalisatie. Stel je het volgende scenario voor:
Dit kan een bedrijf zijn dat een speciaal contract heeft voor zijn 'sublocatie' met uitsluitend zonneproductie, en een vaste (hoge) injectievergoeding ontvangt voor de energie die geproduceerd wordt door deze subinstallatie.
Daarom willen we dit deel van de installatie uitsluiten van de zelfconsumptieregeling, maar toch grenzen bewaken voor import en export op het netaansluitingpunt.
Dit kan worden ingeschakeld – als en alleen als – zowel een netmeter als een secundaire 'zelfconsumptiemeter' is geïnstalleerd. Volg daarna onderstaande stappen:
Wanneer de zelfconsumptiemeter wordt verwijderd en opnieuw toegevoegd, wordt deze functie automatisch uitgeschakeld.